![]() |
| Broninfo figuur |
Pruitt-Igoe is wellicht het meest controversiële architectuurproject uit de 20ste eeuw. Deze sociale woonwijk uit Saint-Louis in de Verenigde Staten van architect Yamasaki is het onderwerp geweest van uitzinnige lof en bijtende kritiek. Nu is er ook een film over gemaakt: 'The Pruitt-Igoe Myth'. De film belooft de mythe voor eens en voor altijd te ontkrachten; ik verwacht dat hij vooral een zoveelste hoofdstuk zal toevoegen aan een never-ending story. Pruitt-Igoe was gebouwd in de jaren 1950 als een machtig teken van vooruitgang: in scherp contrast met de omgevende 19de eeuwse wijken zou Pruitt-Igoe zorgen voor moderne, comfortabele woningen tegen een betaalbare prijs. De vooruitstrevende hoogbouw met galerijflats, als vrijstaande stempels in een ‘rivier van bomen’ werd geprezen als een Amerikaans icoon van modernistische architectuur. Nauwelijks 20 jaar later, in 1972 werden de eerste flats gedynamiteerd. De wijk bleek een haard van criminaliteit en vandalisme en kampte met een extreem lage bezettingsgraad.
Postmodern architectuurcriticus Charles Jencks doopte de explosie niet zonder leedvermaak tot ‘het einde van de moderne architectuur’. De schuld voor de ‘mislukking’ legde hij zo bij de ‘onaangepaste’ modernistische vormgeving van de wijk. De architectuur zou ‘onleesbaar’ zijn voor de ongeschoolde bewoner, een elitistische mythe die vooral postmoderne architecten goed uitkwam. Hun focus op ‘leesbaarheid’ en ‘identiteit’ als reactie op het modernistisch ‘functionalisme’ werd door Pruitt-Igoe gelegitimeerd.
Een alternatieve, meer microsociologische visie werd gegeven door Oscar Newman in zijn boek Defensible Space. Newman, zelf architect, wijst erop dat de aangrenzende wijk (Carr Square Village) met een gelijkaardige bevolking, maar met rijwoningen in plaats van hoogbouw, veel minder geplaagd werd door criminaliteit en vandalisme, en in tegenstelling tot Pruitt-Igoe bevolking bleef aantrekken. De architectuur van Pruitt-Igoe bood te weinig mogelijkheden tot informele controle. De grens tussen publieke en private ruimte was zo scherp dat er geen ‘verdedigbare’ semi-publieke ruimte overbleef. Tot dicht bij de woning overheerste de anonimiteit van publieke ruimten waar misbruik ongestraft kon blijven omdat bewoners zich onmachtig voelden.
Sociologisch onderzoek door Lee Rainwater benadrukte dan weer de macro-sociale structuren aan de basis van de problemen in Pruitt-Igoe. In zijn boek ‘Behind Ghetto Walls’ geeft hij aan dat het geweld en vandalisme in de wijk moet worden gezien als een ongeorganiseerd protest tegen het institutioneel racisme en de verwaarlozing die de bewoners ervaren. St. Louis als geheel verloor al decennia jobs en bewoners doordat economische actoren de stad links lieten liggen. Noodzakelijke besparingen werden vooral doorgevoerd in arme zwarte wijken als Pruitt-Igoe. Woningen moesten aan kwaliteit inboeten en collectieve voorzieningen werden geschrapt; de huisvestingsorganisatie bespaarde bovendien op onderhoud en reparaties. De bewoners voelden zich door de blanke samenleving in de steek gelaten.
Over Pruitt-Igoe is het laatste verhaal nog niet verteld. De waarheid achter de mythe zal nooit helemaal worden blootgelegd. Het nog steeds braakliggende terrein waar de wijk ooit stond blijft echter een oproep tot waakzaamheid aan architecten en stedenbouwkundigen. Waakzaamheid voor de invloed die de bebouwde omgeving heeft op microsociale processen, een waakzaamheid die kan aanzetten tot beter functionerende ontwerpen. En waakzaamheid voor de macrosociale structuren of politieke economie waarbinnen architecten werken; een waakzaamheid die aanzet tot nederigheid en maatschappelijke kritiek die verdergaat dan de maatschappelijke maakbaarheidsgedachte die aan de basis lag van projecten als Pruitt-Igoe.
